vrijdag 16 december 2011

Rechts is ook in de media aan de macht

De termen links en rechts in combinatie met politiek doen er in de media in toenemende mate weer toe. In 2009 staan er 1998 teksten met deze woorden in de krantenbank LexisNexis™. Meer dan 3000 artikelen met identieke inhoud een jaar later. Een stijging van meer  dan 50%.
       In hoeverre hangt of hing  in de media het negatieve of positieve sentiment rondom ‘links’ en ‘rechts’ in de lucht? Zijn journalisten zich in taal en tekst  anders gaan gedragen? Hebben zij bij links of bij rechts meer stereotypering  in hun berichtgeving?
       Studie naar sentiment in de media gebeurt in verkiezingsonderzoek. In verkiezingscampagnes is het belangrijk te weten wat kiezers van thema’s vinden en of zij zich erdoor laten leiden op een partij te stemmen. Bij linkse issues gaat het veelal om migratie, milieu, sociale voorzieningen, onderwijs en ontwikkelingshulp. Rechtse onderwerpen zijn  (niet-Westerse) migranten, anti-islam, anti-Europa, verkeer (meer asfalt), veiligheid en belangen (meer vliegverkeer naar en van  Schiphol of Eindhoven). 
              Journalisten en politici gebruiken taal om hun boodschap over te brengen. Om extra-aandacht voor (linkse of rechtse) onderwerpen te krijgen, bedienen ze zich van  aandachttrekkende technieken. Een van de bekendste stijlmiddelen daartoe  is de prolepsis of vooropplaatsing van informatie. Het is een  bewust, sturend mechanisme in taal die journalisten inzetten om ‘hun werkelijkheid’, benadrukt voor het voetlicht te krijgen. Het gaat in het bijzonder om vooropplaatsing van  de grammaticale, niet-onderwerpsvormen.  Met een voorbeeld: Van Wilders (= van hem) horen we niets tijdens de zitting. Bij  hardop lezen  krijgt Wilders tevens hoofdaccent.
       Sinds de publicaties van de Glasgow Media Group met titels als Bad News en Really Bad News  (1976, 1982)  is bekend dat  journalisten vooral op zoek zijn naar negatief nieuws. Liever....  de fles is half leeg,  dan half vol. Media berichten over de linkse hakkelaar Cohen, een onhandige kluns, die alternatief oogt, veranderingsgezind is, een echte loser kortom. Daartegenover de rechtse doeners Rutte of Verhagen, handige en succesvolle ritselaars die voor orde en netheid zijn, kortweg echte winnaars.



Mediasentiment
Om aan de weet te komen wat het sentiment op de media-agenda is ten aanzien van linkse en rechts onderwerpen is  gebruikgemaakt van de inhoudsanalyse. Aan de hand van mediateksten uit de verkiezingsmaand november 2006  en spiegelbeeldig  van de maand juni 2010 is de sentimentscore van links en rechts over elkaars onderwerp bepaald.
       In  Tabel 1.1. is op basis van  669 krantenteksten het sentiment berekend van linkse politici die linkse issues evalueren en van linkse politici die rechtse issues waarderen en andersom.
Tabel 1.1. Sentimentscore  links / rechts  over linkse / rechtse issues


Periode                    Typering                 Krantenteksten     Scores  sentiment  Links / Rechts over L_ en R_issues 
 

                                                                  N=                L * L_issues    L * R_issues    R * R_issues    R * L_issues
22.10.06-22.11.06  Tweede Kamer 06        249                    0,81                 0,25                1                              0,65
09.05.10-09.06.10  Tweede Kamer 10        420                    1,00                  -1                   1                              1,00
                               Totaal/gemiddeld       669                    0,91                -0,38                 1                              0,83

Opvallend is dat het  negatieve sentiment vooral van links komt. Links over rechtse onderwerpen scoort -0,38. De rechtse collega’s  oordelen  over (bepaalde) linkse  onderwerpen opvallend positief (sociale voorzieningen met name de AOW-leeftijd op 65 jaar; geen tweede missie naar Afghanistan). Er is een toename zichtbaar van  “rechtse”  waardering voor linkse issues sinds 2006 (+0,65) naar +1 in 2010. Rechts oordeelt opvallend positief over van links gekaapte onderwerpen en ideeën.

Voorop =  extra-aandacht
Stereotypering, een stijlvorm van aandacht vestigen op een woord, begrip of beeld, komt voor in mediateksten door een zinsdeel bewust voorop te plaatsen. In klassieke teksten leidt dat soms tot hilarische voorbeelden, waarin bovendien de informatievolgorde in het geding is:  Laten we sterven en ons in de strijd begeven (Vergilius). De logica protesteert hier. Met voorbeelden uit geselecteerde mediateksten uit de onderzochte periodes:

(1) Een linkse hobby! Dan heb je het dus wel over gezelschappen en orkesten die over de hele wereld bekend zijn. (Wilders, 27/10/010)
(2) ‘Met symboolpolitiek kun je nog steeds veel leed en onrust veroorzaken.' (Pechtold, 22/05/010).

     Hebben journalisten in bepaalde periodes op de media-agenda meer of minder van vooropplaatsing gebruikgemaakt?  Om deze vraag te kunnen beantwoorden,  zijn met behulp van  een ontleedautomaat alle koppen en leads uit de gekozen kranten met de  woorden links* en rechts*  in zinsdelen ontleed.      
       In Tabel 1.2. is een overzicht te vinden waar in mediateksten  het woord links* / rechts*  deel uitmaakt van kop en/of  lead. Verder valt af te lezen welke aantallen per periode proleptisch, dus met extra-aandacht voorkomen en welke niet-proleptisch zijn geformuleerd. In het oog springt het feit dat  in de aanloop naar Rutte-1 en naar  Balkenende-IV, in de verkiezingsmaanden van 2006 en van 2010, de term links de meest vooropgeplaatste posities in koppen en leads inneemt.

      Tabel 1.2.  Ontleding  zinnen  met links* / met rechts* in krantenkoppen / leads

Periode                   Links*                   Rechts*


                                in  kop/lead           in kop/lead            Ontleding  zinsdelen  met  links* /  met rechts*


                                   N=                     N=                 Proleptisch       N_Proleptisch     Proleptisch     N_ Proleptisch
                                                                                  met links*        met links *          met rechts*     met rechts*
22.10.06-22.11.06      19                       9                             10                   9                      5                              4


22.02.07-22.03.07      2                         2                             1                     1                      1                             1


09.05.10-09.06.10      24                       18                           13                   11                    12                           6


14.10.10-14.11.10      37                       17                           8                     29                    15                           2


                Totaal         82                       46                           32                  50                     33                           13


Uit Tabel 1.2. komt naar voren dat de relatieve voorsprong  van vooropplaatsing van links* in de campagnes van 2006 en van 2010 na enkele maanden formatie een uitdovend effect laat zien. Bij Rutte-1 (14 oktober – 14 november 2010)  kiezen journalisten vaker (15/33*100) voor  vooropplaatsing met het begrip rechts*.  Vergeleken met één maand Balkenende-IV (1/33*100) een stijging van 42%. Het lijkt erop alsof ‘rechts’ er ook letterlijk de vingers bij aflikt en dat journalisten bij het aantreden van dit blauwgroene kabinet in hun woordkeuze het gelijk  van de winnaars (uit)vergroten. 
Associaties
Woorden die in elkaars nabijheid staan, nemen eigenschappen en betekenissen  van elkaar over. Wie het goede met het slechte associeert, ziet dat het goede minder goed wordt. Zo blijkt duidelijk dat de verbintenis in de media zomer 2010 van de Belgische kerkvorst Danneels met kinderverkrachter en -moordenaar Dutroux de prelaat niets goeds  heeft gebracht. Zijn imago is blijvend beschadigd. Omgekeerd: aan misdadigers die vrijkomen na het uitzitten van hun straf,  blijven  veelal smetjes kleven. Ook de taal stigmatiseert: Eens een dief, altijd een dief.
       Onderzoek naar de effecten van woorden en concepten die in elkaars nabijheid staan, wordt framing genoemd. Entman & Rojecki (2000)  deden onderzoek naar mediabeïnvloeding  en rassentegenstellingen in de VS. In The Black Image in the White Mind  gingen ze na hoe het beeld van de zwarte Amerikaan in het hoofd van de blanke landgenoot komt. Het antwoord: door media als gevolg van framing. 
       De  framende werking via media stellen de onderzoekers voor als mental shortcuts (stereotypische verbinding van concept A met concept B)  waardoor  het publiek een interpretatie via media krijgt voorgeschoteld (lees ook ‘opgedrongen’).
       Nemen we de verbinding van concept A (links) met concept B, hier  negatieve woorden  die in de nabijheid  van links* staan. Het gaat om (linkse +) ‘politiek’ (N=21); (linkse + ) ‘kerk’ (N=22), (linkse + ) ‘hobby’ (N=48) naast linkse zonder deze  concepten (N= 33).

        Uit Tabel 1.3.  valt af te lezen dat de kans dat mediaconsumenten  negatieve frames van links*  aantreffen  91/31 = 2,75 keer zo groot is dan het frame van links* zonder deze negatieve  woorden.


Tabel 1.3.   Links* ∞ politiek, hobby, kerk  / Rechts* ∞ politiek, anti-islam, egoïsme
                                          
                                             Links       Rechts             Links                      Recht
periode                                     zonder    zonder                 met                          met

van            tot                       N=          N=                    N=          %            N=        %                                                                          
22.10.06 - 22.11.06              9              8                      24            26            0           0

22.02.07 - 22.03.07              7              7                      18            20            5           16

09.05.10 - 09.06.10             14            15                    28            31            16          50

14.10.10 -1 4.11.10              3              3                      21            23            11         34

Totaal                                 33            33                     91            100          32         100


Bij rechts*  maakt de kans op  geen of  op een  negatieve verbintenis met politiek, anti-islam, egoïsme in de onderzochte periodes amper verschil (32/33 =  0,97). 
        Op basis van sentiment, vooropplaatsing en framing  in mediateksten zijn de volgende conclusies te trekken: rechts laat een positief sentiment ten aanzien van linkse onderwerpen (m.n. de sociale agenda)  zien en scoort over de hele linie positief. Journalisten kiezen meer voor extra-aandacht dankzij vooropplaatsing van de term rechts* sinds de verkiezingen van 2010 dan van het begrip links*. Ten slotte denkt het publiek vaker (2,75 keer)  bij  links* aan politiek (slecht imago), hobby’s  (wereldvreemd) en kerk (sektarisch gezelschap)  dan bij het rechtse gedachtegoed aan negatieve connotaties (politiek, anti-islam, egoïsme).  
       Kwam bij Fortuyn in 2002  de kogel van links, nu komt echt  alle onheil van links.  Een kop als Ja hoor, links heeft het gedaan, is te vinden tijdens Rutte-1. Ook rechts is in de media aan de macht.


Piet Kaashoek, 2011.


Kardinaal Danneels in nauwe schoentjes op de grill


Reputaties komen te voet en gaan te paard, luidt een oude volkswijsheid. In de media verschenen op 7 juli 2010 berichten dat kardinaal en voormalige aartsbisschop Godfried Danneels van het bisdom Mechelen (België)  na tien uur verhoor de burelen van de federale gerechtelijke politie Brussel mocht verlaten. Een verblijf zonder steun van een advocaat.  De toon is gezet als het  gaat om het imago van deze prelaat: een mogelijke doofpotaffaire rond seksueel misbruik in de Kerk.
       Wat het op 7 juli voor deze geestelijke nog erger maakte,  was de mededeling dat de speurders wilden weten hoe in de bisschoppelijke dossierkasten foto’s gevonden konden worden van Julie en Mélissa, twee van de slachtoffers van Dutroux. Het beeld van een verdorven pedo-netwerk doemt op, met tentakels in de hoogste bovenwereld.
       Vragen die opkomen, zijn: Op welke manier draagt berichtgeving bij aan verslechterende beeldvorming van het instituut Kerk en  van een van haar iconen (Danneels als boegbeeld van de Kerk in België)?

Beeld – vorming

De vraag is of na de publicatie in de media het beeld van Danneels als icoon en boegbeeld nog blijft bestaan. De Belgische krant De Standaard bericht, onder de kop ‘Kardinaal Danneels in nauwe schoentjes’, dat de  confrontatie van de aartsbisschop met  kinderpsychiater Peter Adriaenssens, tot voor kort voorzitter van de commissie seksueel misbruik in de Kerk, tot een zichtbare ‘aangeslagenheid’ en ‘geschoktheid’  van de zijde van de prelaat had geleid.
       Beeldvorming ontstaat, zoals de samenstelling in het woord weergeeft, door de vorming van een beeld van iets of iemand. Alle beelden die aansluiten bij het ‘goede’, ‘hoge’  zijn  positief en die zelfs maar  aanschurken tegen het ‘kwade’ of het ‘slechte’ heten negatief.
       Onderzoek naar beeldvorming in mediateksten gebeurt door in artikelen zin voor zin door codeurs te (laten)  bepalen welke verbale relatie het nieuwsobject (bijvoorbeeld RK kerk van België / Danneels) aangaat met bronnen, actoren en  issues. De onderzoeker kan  aan zo’n relationeel (zins)verband een waarde (laten) meegeven: van -1 naar +1, waarbij ook tussenwaardes (-0,5 of +0,5) mogelijk zijn.   De relatie van  nieuwsobject X tot het Goede kan zijn +1, +05, 0, -05 of -1. Op deze manier ontstaat een relationeel netwerk in mediateksten, waarin de betrekkingen tussen bronnen (bijvoorbeeld het gerecht/ Peter Adriaenssens) en het nieuwsobject, tussen actoren (onder anderen kardinaal Danneels / Peter Adriaenssens) onderling, tussen actoren, issues (zoals onderzoek doofpot / onderzoek Dutroux)  en het nieuwsobject een  negatieve of positieve sentimentscore meekrijgen.


Voor-beeld beeld-vorming
Onderzoek naar beeldvorming en sentimenten van nieuwsonderwerpen op de media-agenda wordt door  hoogleraar Jan Kleinnijenhuis en onderzoeksgroepen aan de Vrije Universiteit uitgevoerd. Enkele titels rondom beeldvorming en sentimenten in relatie tot actoren, bronnen, issues die de verkiezingscampagnes (1994, 1998, 2002, 2006) bepalen,  spreken voor zich: De puinhopen in het nieuws: De rol van de media bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002(2003);
Nederland vijfstromenland: De rol van de media en stemwijzers bij de verkiezingen in 2006 (2007). De beelden die ontstaan zijn in 2002: puinhopen (van Paars-2) en in 2006 een vijf stromenland (een partij links, drie middengroeperingen en een rechtse partij die het politieke landschap bepalen).
       Als alleen van koppen en leads van De Standaard, De Telegraaf ,Trouw en de Volkskrant, alle van 7 juli 2010, het sentiment – in een quick scan - zou worden bepaald,  dan ontstaat het volgende patroon:

Krant
Aantal zinnen
Sentiment Media * Issue
De Standaard
N=3
N= 3
-0,3
De Telegraaf
N= 5
N= 5
-1
Trouw
N= 6
N= 6
-0,16
De Volkskrant
N= 5
N= 5
-0,5
Totaal /Gem
N= 19
N= 19
-0,49


 
Artikelen:
 

De Standaard (7/7/010)

(1)
Kardinaal Danneels in nauwe schoentjes
(2) Brussel – Rond acht uur gisteravond, bijna tien uur nadat hij er was aangekomen, mocht Godfried Danneels de kantoren van de federale gerechtelijke politie Brussel verlaten.
(3) De kardinaal en voormalige aartsbisschop werd als getuige verhoord over een mogelijke doofpotaffaire rond seksueel misbruik in de kerk.

De Telegraaf (7/7/010)

(1) Dossiers Dutroux in kelder paleis Danneels
(2) Kardinaal op de grill

(3) Brussel – Godfried Danneels, tot begin dit jaar rk-prelaat van België, is gisteren de hele dag door justitie  in Brussel op ‘het rooster’ gelegd.
(4) De kardinaal moest onder meer uitleggen waarom in de kelder van zijn aartsbisschoppelijk paleis honderden foto’s uit dossiers van slachtoffers van Marc Dutroux zijn gevonden.
(5) Het gaat om foto’s van opgravingen van de lichamen van Julie Lejeune en Mélissa Russo


Trouw (7/7/010)


(1) Belgische kardinaal hele dag verhoord
(2) Deed hij wat met klachten misbruik?

(3) Kardinaal Godfried Danneels is gisteren de hele dag verhoord door de Brusselse politie.
(4) Die wil weten wat Danneels heeft gedaan met klachten over misbruik door Belgische geestelijken.
(5) Rond acht uur ’s avonds mocht de 77-jarige kardinaal weer gaan, na een ondervraging van meer dan tien uur.
(6) Danneels, die voor justitie geen verdachte is, zei niets over het verhoor.



De Volkskrant (7/7/010)

(1) Danneels getuigt over misbruik
(2) Na huiszoeking in het bisschoppelijk paleis hoort de Belgische justitie nu de kardinaal.
(3) Onder de gevonden papieren, bleek dinsdag, zijn documenten uit het proces Dutroux.
(4) Brussel – De Belgische kardinaal Danneels is dinsdag ruim tien uur als getuige gehoord over seksueel misbruik van kinderen door priesters en bisschoppen in de katholieke kerk.

(5) Danneels wordt verweten de misstanden jarenlang in de doofpot gestopt te hebben, hetgeen hij zelf ontkent. 


De sentimentscore per medium * nieuws  Danneels (kinder)misbruik




De Standaard (-0,3) en Trouw (-0,16) zijn minder negatief in het sentiment rondom het nieuws dat Danneels is verhoord in de zaak-kindermisbruik, dan De Telegraaf (-1) en de Volkskrant (-0,5). Dit zeer beperkte onderzoek geeft – in quick scan -  snel inzicht in de richting en de intensiteit van de beeldvorming (wat het nieuws doet met  het beeld van de media over Danneels).


Semantische  versterkers
Beeldvorming wordt niet alleen bepaald door het sentiment op de media-agenda in een relationeel netwerk, of door vooropplaatsing van zinsdelen of het  toeschrijven aan het nieuws, maar evenzeer door semantische versterkers. Concreter, door  betekenisassociaties die in grotere of kleinere aantallen in teksten voorkomen. Als in artikelen over terroristen voor en na 9/11 de combinaties van terroristen en ‘ moslims’ en ‘islam’  in de media wordt onderzocht, dan blijkt de betekenisassociatie tussen  terr* AND mosl*, isla* (met asterisk, of met wild card om de zoeksleutel niet te klein te maken) nauwelijks voor 9/11 en in grote concentraties na de aanslagen in Amerika in 2001 in artikelen voor te komen.
     
Uit onderzoek naar illegalen en terroristen in Nederlandse kranten blijkt, dat een negatief sentiment in de media, gelijk loopt met de mate van vooropplaatsing van het niet-subject met een van deze woorden en dat de negatieve associatie (bijvoorbeeld illegalen AND criminaliteit; terroristen AND moslims) matcht met  een negatief sentiment en mate van vooropplaatsing van niet-subjecten in de zin (Kaashoek, 2010).
       Aan de hand van het gering aantal tekstvoorbeelden hier, is dat in deze context niet  te bewijzen. Er is wel een indicatie te geven van de wijze waarop semantische versterkers werken bij dit nieuws over Danneels.    



Semantische versterkers Danneels (kardinaal…) AND seksueel misbruik / Dutroux

Krant
Aantal woorden
Danneels AND
seksueel misbruik
Danneels AND Dutroux
De Standaard
N= 49
N= 4
8,16%
N = 0
0
De Telegraaf
N= 73
N= 0
0
N = 6
8,22%
Trouw
N= 69
N= 4
5,80%
N = 0
0
De Volkskrant
N= 71
N= 3
4,23%
N = 1
1,41%
Totaal /Gem
N= 262
N= 11
4,20%
N= 7
2,67%


De uitkomsten wijzen erop dat De Standaard vooral Danneels verbindt met de feiten zoals ze de afgelopen maanden in het nieuws zijn geweest: er is een vermoeden dat deze kerkelijke gezagsdrager seksueel misbruik van kinderen door geestelijken in de doofpot heeft gestopt.  De Telegraaf daarentegen zet volledig in op de ‘vermeende’  relatie met slachtoffers van pedo-seksuele delinquent Marc Dutroux.  De richtwijzers van Danneels naar Dutroux zijn het sterkste in deze krant aanwezig. 
       Zou de krant dan toch de leugens in het land brengen, nu recent is gebleken dat het gerecht zelf een dossier over Dutroux naar het bisdom  Mechelen heeft gestuurd?  Alleen... het kwaad is geschied. Waar rook is ... is vuur. Woorden als wapens in de krant en in de politiek.

Beeld en aambeeld

In het boek The black image in the white mind van Entman & Rojecki (2000) toont dit onderzoeksduo aan dat beeldvorming door media wordt gevoed. Het beeld van de zwarte Amerikaan komt in het hoofd van de blanke door negativiteit van de frames die zwarte burgers omgeven en die ook overwegend in de media te vinden zijn.  De beelden die met ‘ blacks’  worden geassocieerd zijn negatiever, hebben geen of nauwelijks nog een relatie met het Goede.
       Mediaproducenten en – consumenten delen een gemeenschappelijke cultuur, waarin zij een aantal frames ‘in hun collectieve geheugen’ hebben. Het zijn metaforen die  universeel zijn, zoals de ‘beeldbetekenis’ van  de wuivende hand uit een wagon vol vluchtende Kosovaren van Macedonië terug naar Kosovo, een zekere dood tegemoet. Of, wat langer geleden, de Amerikaanse mariniers die een vlag plantten op een eiland in de Stille Zuidzee als symbool van de overwinning op de Japanners. Zo’n sterke metafoor, dat brandweerlieden daags na 11 september 2001 tot eenzelfde daad overgingen, ditmaal op Ground Zero.

       Volgens Valkenburg, Semetko & De Vreese (1999) zijn er vijf soorten nieuwsframes in media te ontdekken, namelijk rondom 1. conflict, 2. human interest, 3. economie, 4. moraliteit en 5. verantwoordelijkheid. In alle gevallen bepalen media een positie ten opzichte van het Goede. Anders gezegd: bepaal, na mediaconsumptie,  wie je  tot ‘the good’ or ‘the ugly’ or ‘the bad’ rekent. 
      
In de casus Danneels is sprake van framing, waarbij enkele aspecten van de ‘werkelijkheid’  worden gekozen die met nadruk in de media worden uitvergroot: (a) Danneels en kindermisbruik, (b) Danneels en doofpotaffaire (c) Danneels en  Dutroux.   In dit mediapalet, waarin de werkelijkheid in een bepaalde samenhang in de kranten wordt gebracht, presenteren journalisten ‘ hun’ nieuws.  Hun waarden en normen en oordelen over het nieuws rondom Danneels krijgen metaforische ladingen:
(a) kindermisbruik (moraliteitsframe)
(b) doofpot (moraliteitsframe)
(c) Dutroux (moraliteitsframe)

De kardinaal  als een van de hoogste kerkelijke gezagsdragers, een representant van een instituut dat uitdraagt moraliteit als handelsmerk te voeren, zelfs als primaat te hebben,  belandt hierdoor tussen ‘beeld’  en aambeeld. Zijn eigen reputatie en daarmee ook het imago van het instituut Kerk zijn flink ‘aangebrand’.



Piet Kaashoek, 2010

Bronnen
Entman, R. & A. Rojecki (2000), The Black Image in the White Mind, The university of Chicago Press: Chicago-London.
Kaashoek, P. (2011), Van ‘witte’ illegaal naar moslimterrorist. Vrije Universiteit: Amsterdam.
Valkenburg, P. et.
Al (1999) ‘The effect of news frames on readers ‘thoughts and recall’, in: Communication Research (26), 550-569.





Social media laten beeldvorming in journalistiek exploderen

Cohen als de bedrijfspoedel van Rutte-1; Wilders als dreinende kleuter. Wij leven in beelden, zoals  Lakoff & Johnson (1980) betoogden. Metaforen als spiegels van publieke en politieke opinies, waarvan media dankbaar gebruikmaken. Metaforen als geassocieerde ‘plaatjes’ die gemakkelijk in ons brein blijven hangen. Sinds de  klassieke oudheid is nagedacht hoe je gemakkelijk informatie (lees concepten die samen frames vormen) kunt onthouden.  Als geheugensteuntjes om taal (en de frames) te onthouden wordt gebruikgemaakt van alliteratie of van volrijm (Kok van toen en Kok van de poen). Of  van het samenvoegen van contrastrijke concepten (linkse hobby’s).  Of van grove generalisaties die rijmend nog sterker zijn (meneer de grote gedoger) of  van personificatie waarbij de man wordt gespeeld (buitengewoon minderwaardig mens).  Ook one-liner  doen het goed om tot het hoofd en het hart van  kiezers  door te dringen (Geen eurocent meer naar de oplichters in Griekenland ).  Uit onderzoek van de Glasgow Media Group (1976,1980, 1982),  blijkt bovendien dat negatief nieuws lekkerder is, beter verkoopt dan positieve berichtgeving.

       De vragen die opdoemen na de eerste  dagen van de Algemene Beschouwingen in het parlement eind september 2011:  ‘Beleven we iets unieks met de clashes in de Tweede Kamer tussen rechts en links, tussen oppositie en gedogers?’ ‘Waren er vroeger in het Nederlandse parlement minder negatieve beelden waarmee links en rechts elkaar bestookten?’ ’En... als hoofdvraag hier:  in hoeverre werken de (sociale) media mee aan de beeldvorming?’
       Voor en tussen de wereldoorlogen, staat ´boer´ Arend Braat, de voorman van de Plattelandersbond op de media-agenda. Hij gold als een populistisch Tweede-Kamerlid. Iemand met een spreekwoordelijke grote bek. Braat, afkomstig van de Zuid-Hollandse eilanden en van beroep stierenfokker, maakte de Tweede-Kamer  tussen 1919 en 1937 ‘onveilig’.

Plattelandersbond       
Sinds 1919 was Braat  fractievoorzitter van de Plattelandersbond.  Hij stond bekend om zijn lompe, zelfs agressieve optreden.  Wie in de krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek ‘boer  AND Braat’ intikt en als tijdbegrenzing 1-1-1919  t/m  31-12-1937 ingeeft,  krijgt 858 treffers.  Het  belangrijkste wapenfeit  was de strijd van Arend Braat tegen de zomertijd. Dat feit is nimmer in het voordeel van de Plattelanderbond beslecht, ook al kwam het zes maal terug in het parlement.
       Het taalgebruik van Braat  jegens socialisten en de gebezigde  kwalificaties spreken voor zich. De Algemene Beschouwingen van 12 november 1920 in de Nieuwe Rotterdamsche Courant  dienen als voorbeeld. Braat flapt het  eruit: “In de bajes met die lui (bedoeld zijn alle socialisten en communisten, PKK). Het proletariaat aller landen wordt opgevoed om te vechten, te moorden, te stelen, kanonnen te gieten en pistolen te dragen, het platteland te bestelen, te staken en nog eens te staken.”

       Andersom is de bejegening van Braat evenmin ‘koosjer’. Het verhaal gaat dat hem door zijn socialistische collega Jan Duys  de weg naar het toilet in het gebouw van de Tweede Kamer werd gewezen met de opmerking: ‘…er staat HEREN op de deur, maar daar moet jij je niets van aantrekken. Gewoon naar binnen gaan.
       De media krijgen ervan langs.  Braat over de media: ‘De landbouw wordt vermoord door de groote pers’ (De Sumatra Post 4/4/1929). Het beeld van de pers als moordenaars van de agrariër.


NSB
De Haagse krant  Het Vaderland  doet verslag over een zeer rumoerig verlopen Kamerdebat op 14 december 1937:  NSB-leden  die zich zeer laatdunkend uitlaten over naturalisatie van joodse vluchtelingen. Gerhardus  Dieters (NSB) stelt dat deze mensen niet in Nederland thuishoren, want zij stammen niet af van de Germanen.  Waarop andere kamerleden het opnamen voor de joodse Nederlander. Meinoud Rost van Tonningen (NSB) verklaarde  in hetzelfde debat dat het hem genoegen deed te kunnen afrekenen met dit gezelschap. De kamervoorzitter hamerde af en  de spreker moest zijn woorden wijzigen. Toen Rost van Tonningen  sprak over  deze “menschen” (daarbij citerend uit de Centralen Verein Deutscher Emigranten), waarschuwde de preses van het parlement hem zich parlementair uit te drukken, anders zou hem het woord moeten worden ontnomen. In de archieven van de Verein wordt de nazi-ideologie nader uitgewerkt en joden omschreven als Untermenschen (tegenover de Uebermenschen, de Germanen).
       De politieke tegenstrevers van de NSB,  van wie  Henk Sneevliet van de Revolutionair- Socialistische Arbeiderspartij de felste was, schilderden de NSB af als landverraders.  Sneevliet noemde Mussert een ‘caricatuur van een caricatuur’ en  een   politiek ‘Leider van de 25ste rang’. 
       Het Algemeen Handelsblad bericht op 23 maart 1937 dat de Nederlandsche Journalistenkring het beu is door Mussert (De Leider)  te worden afgeschilderd als ‘huisknechtenpers, beheerscht door den regeeringspersdienst, de politieke partijen  en de grotendeels  joodsche adverteerders’ die de redevoeringen van NSB-politici verdraaien of bewust verkeerd weergeven. 

Boerenpartij
De Boerenpartij was van 1963 tot 1981 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd.  De naam van Hendrik Koekoek is met de Boerenpartij verbonden, want hij was als woordvoerder van het boerenprotest en verdediger van de belangen van de kleine, boerenondernemers vlakvoor  de verkiezingen van 1963 populair.  De Boerenopstand in het Drentse Hollandscheveld, waar de politie met geweld enkele boerderijen ontruimde van landlieden die heffingen van het Landbouwschap niet hadden betaald,  droeg bij aan Koekoeks  reputatie als verdediger van kleine ondernemers. Bij de verkiezingen van  1967 behaalde de Boerenpartij 4,77 procent van de stemmen en kwam met zeven zetels in de Tweede Kamer.
       De belichaming van alles waartegen de Boerenpartij zich verzette was de PvdA van Joop den Uyl. Door Koekoek samen met vader Abraham bezongen in ‘Den Uyl is in den olie, in den olie is den Uyl’ in 1974 ten tijde van de eerste oliecrisis. De leider van de sociaal-democraten als dronkenman. Het liedje bereikte de eerste plaats op Veronica’s Daverende topdertig.
     De Telegraaf – eerst  meebouwend aan de cultstatus van Boerenpartij -  bracht  in Koekoeks nadagen het beeld  van hem in de openbaarheid als verwaarlozer van dieren, met name van pony’s die in zijn weide te Bennebroek een kommervol bestaan leden. Toen Koekoek  in 1981 uit de Kamer trad en tegen de gewoonte in geen lintje kreeg, ontlokte het cabaretier Wim Kan tijdens zijn oudejaarsconference: “Ze zullen Koekoek geen leeuw geven, hij kan niet eens voor een pony zorgen.

PvdA
Toen de Partij van de Arbeid onder Joop den Uyl in de  jaren zeventig voor het eerst sinds lange tijd weer een kabinet aanvoerde, ontstond al snel het beeld dat bij Den Uyl-1  (1973-1977) de verbeelding aan de macht was. Er waren in deze regeringsclub (gezien als een rebelse bende)  ‘aansprekende’  bewindslieden,  die hun sporen hadden verdiend  in de media. Een van hen was  Marcel  van Dam,  sinds 1967 op de televisie te zien met prognoses en analyses van verkiezingsuitslagen. Hij begon in 1969 voor de VARA als ombudsman.  Dat was een  programma voor de "gewone man" die het slachtoffer was van slinkse  praktijken van bepaalde bedrijven en van een stroperige overheid. Van Dam ontpopte zich als een scherpe debater. Hij werd onder meer bekend met zijn uitspraak ‘belubberen’ (belazeren), waarmee hij doelde op het optreden van en  het wollige taalgebruik van premier Ruud Lubbers. Van Dam noemde Pim Fortuyn een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ in een debat tijdens de uitzending van het Lager Huis (1997): http://www.youtube.com/watch?v=tMxS_xSKujU.




Andere kwalificaties die het beeld van  Fortuyn  ‘kleuren’ in de optiek van Van Dam: Eichmann (in een interview met Bibeb), leugenaar, ophitser, populist en een  exploitant van angsten voor vreemdelingen.  Het schijnt dat Van Dam jaren later wat gas  heeft teruggenomen. Er is weinig van te vinden in de media-databanken.
     Andersom kwalificeerden tegenstanders van Van Dam hem als straatvechter, als populist, als ‘pietje politiek’ en  als een van de drie pinten. Die laatste kwalificatie had te maken met de periode dat Van Dam in het eerste kabinet-Den Uyl zat als staatssecretaris (VROM). Samen met collega’s schuwde  hij een flinke slok niet.  Ook andere bewindslieden waren in die periode  ‘goud voor de horeca in Den Haag’  (Bootsma & Breedveld, 1999:54-55).

SP
Jan Marijnissen (fractievoorzitter van de SP, later kamerlid) zorgde voor rumoer  met  "effe dimmen" (1997),  gezegd  tegen toenmalig waarnemend Kamervoorzitter  Frans Weisglas. Aanleiding was het debat in de  Tweede Kamer over  'tentasiel' . Weisglas maande Marijnissen om diens interruptie kort te houden omdat het debat sterk uitliep. Marijnissen riep hem toen toe: "Even dimmen, ja, even dimmen."  Marijnissen nam zijn woorden niet terug, waarvan Weisglas akte nam. Het beeld van VVD’er  Weisglas die op zijn plek wordt gezet.
     In 2009 betitelde  Marijnissen de minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert  Koenders  als een "flapdrol". Dat riep hij vanuit de bankjes driemaal achtereen tijdens het vragenuurtje,  terwijl Koenders aan het woord was.
     Over Marijnissen doen en deden collega’s en journalisten een duit in het zakje: hij staat en stond te boek als ‘provocateur’, als ‘poseur’ en als ‘profiteur’,  voor het eerst geventileerd in NRC Handelsblad (23/3/1998): de provocateur die ‘effe dimmen’ roept  en er vervolgens een boekje van maakt waaruit zijn anti-Haagse houding blijkt.  Naar de Koningin gaan en een worst van de HEMA meenemen met de opmerking ‘wel een halfuurtje in warm water laten wellen’. De  ‘poseur’  die oneliner bedenkt om zijn tegenstanders uit te schakelen: ‘De Kok van toen en de Kok van poen’.  De ‘profiteur’ die de VVD geen strobreed in de weg legt als zij de heilzaamheid van de  markteconomie predikt. Wel ageren tegen opvattingen, maar er concreet niets tegen doen.

LPF
     Wie in de krantenbank LexisNexis de trefwoorden Fortuyn AND beeldvorming intikt over ene periode van 1/1/1998 – 31/12/2002 komt 178 krantenberichten tegen waarin de volgende beelden voor Pim Fortuyn afgedrukt staan: hij is ‘de ergste man van Nederland’, ‘arrogant’, ‘macho’ (FNV’er  De Waal – PvdA), een ‘Filip de Winter’ (Dijkstal – VVD), een ‘Jean-Marie le Pen’ (Melkert – PvdA), een haatzaaier (Kok-PvdA) om er slecht enkele te noemen.
       Andersom vuurde(n) Fortuyn en zijn LPF-medestanders  pijlen af op politieke opponenten, met name in het verkiezingsdebat,  na de moord op Fortuyn in mei 2002 en tijdens het aantreden van de LPF in het kabinet Balkende-I: De Waal  zelf als een kleptocraat  (iemand die uit de ruif graait),  Dijkstal   als clowntje Tippie, zoals  in de show van Paul de Leeuw, Melkert  als zuurpruim, slechte verliezer en rupsje-nooit-genoeg.  Kok  heeft bijgedragen aan demonisering van Fortuyn.
        De kogel kwam van links (van zowel politici als media), zoals het heette daags na de aanslag op Fortuyn in 2002.

PVV
De krantenbank geeft van de laatste twee jaar bij ingeven van de zoektermen Wilders AND beeldvorming ruim 600 treffers waarvan de volgende bloemlezing gemaakt kan worden: Wilders is iemand die te boek staat als ‘malloot die onzin uitkraamt’ (FNV’er Henk van der Kolk),  ‘aanblazer van angst voor de islam’ (CDA’ers M. Sterk en  Jan Swinkelshoek) , belediger van moslims (tsunami) en van de koran (fascistische boek)  en die zijn politieke tegenstrevers  wegzet  als bedrijfspoedel van Rutte-1 (Cohen- PvdA),  als iemand die zich niet normaal gedraagt (Doe effe normaal, man! , tegen premier Rutte).
       Andersom laten de PVV en Wilders  voorop de tegenstanders  wat zij ervan vinden en kiezen er de passende beelden bij: de niet-westerse immigranten die naar Nederland komen en van wie er ook nog een flink aantal moslim is wordt door Wilders aangemerkt als een tsunami.  In de Kamer bepleitte de PVV-voorman de invoering van de hoofddoekjesbelasting die werd bestempeld als ‘kopvoddentax’. De verzamelde tegenstanders benoemt de PVV als ‘linkse kerk’.  De oplossing voor politieke problemen zoekt  de PVV in one-liners als ‘Geen cent voor het noodlijdende Griekenland’. Cohen wordt bij de Algemene Beschouwingen afgeschilderd als ‘grote gedoger’ en  bedrijfspoedel van Rutte-1. Die terugkeft met ‘dreinende kleuter’.
       De reactie van Rutte op het debat: “(...)  verwees daarbij naar de berichtgeving op tv en in kranten over de eerste dag van de Algemene Beschouwingen, waarbij de focus lag op ruziënde Kamerleden die elkaar uitmaken voor bedrijfspoedel, grote gedoger of kleuter en grote goedkope goochelaar. Dat getuigt niet echt van een hoog niveau. Rutte sprak zijn zorg uit over de beeldvorming over de politiek, terwijl het land in zulk zwaar weer zit” (Agrarisch Dagblad,23/9/2011).


Fig. 1. Wie vergelijkt wie met wat op welke manier, wanneer en hoe (vaak)

A.  vergelijkt 
B
met  'x'
m.b.v.
in
Treffers





(sociale)media
1=print
2= video
3 =internet

Politicus / Medium
Politicus of groep
Beeld
Techniek
Periode
N=
A. Braat
socialisten, communisten
vechtersbazen, moordenaars, dieven, oorlogshitsers, stakers
generalisatie
1919-1937

J. Duys
A. Braat
boer, geen heer
personificatie
1919-1937
1= 858
A. Mussert
Nederlandse journalisten
huisknechtenpers
generalisatie
1937-1945

G. Dieters
joodse vluchtelingen
vreemdelingen met een onuitspreekbare naam, niet-Germaans
one-liner
1937-1945

M. Rost v.Tonningen
joodse vluchtelingen
afrekenen met dit gezelschap
one-liner
1937-1945

M. Rost v.Tonningen
joodse vluchtelingen
deze mensen
personificatie
1937-1945

H. Sneevliet
A. Mussert
karikatuur van een karikatuur; leider van de 25ste rang
one-liner
1937-1945
1= 4023
H. Koekoek
J. den Uyl
dronkenlap
personificatie
1963-1981

De Telegraaf
H. Koekoek
verwaarlozer van dieren, spook
personificatie
1963-1981

M. van Dam
P. Fortuyn
buitengewoon minderwaardig mens; een Eichmann
personificatie
1997-2002
1= 178
2= 284.867
W. Kok
P. Fortuyn
haatzaaier
generalisatie
1997-2002

J. Marijnissen
B. Koenders
flapdrol
personificatie
2009-2010
1= 107
2= 27.990
3= 521
G. Wilders
moslims
tsunami
generalisatie
2006-2011

G. Wilders
moslima's met hoofddoek
potentiële kandidaten voor een kopvoddentaks
concepten
2006-2011

VVD / Wilders
linkse oppositie
linkse kerk
concepten
2006-2011

T. van Dijck
Griekenland
Geen eurocent voor Griekenland
one-liner
2006-2011

G. Wilders
J. Cohen
bedrijfspoedel van Rutte-1; grote gedoger
personificatie;
alliteratie
21/9/2011
15/10/2011
1= 274
2= 72.875
3= 25.900
J. Cohen
G. Wilders
dreinende kleuter
personificatie
2006-2011
1= 72
2= 78.162
3= 37.500



Toelichting: in vetrood concept A met concept B, frequentiescore per periode, uitgedrukt in N) ; 1 = database KB-online / LexisNexis; 2 = Youtube; 3 = Twitter.



Negatieve (sociale) media
Politieke polarisatie is van alle tijden: tussen de wereldoorlogen botsten het fascisme, het communisme en het socialisme. Daarbij kon het er hard aan toegaan, waarbij  het gebruik van   generalisaties en pogingen elkaar in kampen in te delen opvallen. De maatschappij als verzameling van collectieven (katholieken – protestanten – liberalen – socialisten) had in het krantentijdperk een trage ontwikkeling op de beeldvorming.  Het feit dat er in 28 jaar (tussen 1919 en 1937)  858 treffers zijn van berichten waarin de Plattelandersbond van zich laat spreken,  is kenmerkend.  De kans dat het krantenlezend publiek met boer AND  Braat te maken kreeg over een periode van  18 jaar is 858 / 6570 =  0,13  ( zie Fig. 1).
       Na de Tweede Wereldoorlog is het individuele de boventoon gaan voeren: niet langer de bal en het spel centraal, maar de persoon.  De politieke arena veranderde.  Tel daarbij op de huidige  hedonistische  samenleving met meer consumeren, vaker op vakantie, goedkoper voedsel, met de nieuwste iPhone gewapend reageren en reaguren. De cocktail van individu, hedonisme en media leidt  tot  een explosie van (multi)media-aandacht.  De kans dat het publiek met Cohen AND bedrijfspoedel  kennis kan maken,  is 72.875 / 25 = 2915 (zie Fig. 1).
       Het publiek dat met negatieve beelden te maken  krijgt, is exponentieel gegroeid. Met dank aan (sociale) media. Media hebben  het (bijna altijd) gedaan. Hoewel...  een bedrijfspoedel  is nog altijd buitengemeen minder erg dan een buitengewoon minderwaardig mens.

Piet Kaashoek

Referenties
Bootsma, P.  & W. Breedveld (1999), De verbeelding aan de macht. Het kabinet-Den Uyl 1973-1977, Den Haag: Sdu Ui
tgevers.
Glasgow Media Group (1976), Bad News, London: Routledge and Kegan Paul.
Glasgow Media Group (1980), More Bad News, London: Routledge and Kegan Paul.
Glasgow Media Group (1982), Really Bad News, London: Writers and Readers Co-operative.
Lakoff, G. & M. Johnson (1990), Metaphors we live by, Chicago-London: The University of Chicago Press.