De vragen die opdoemen na de eerste dagen van de Algemene Beschouwingen in het parlement eind september 2011: ‘Beleven we iets unieks met de clashes in de Tweede Kamer tussen rechts en links, tussen oppositie en gedogers?’ ‘Waren er vroeger in het Nederlandse parlement minder negatieve beelden waarmee links en rechts elkaar bestookten?’ ’En... als hoofdvraag hier: in hoeverre werken de (sociale) media mee aan de beeldvorming?’
Voor en tussen de wereldoorlogen, staat ´boer´ Arend Braat, de voorman van de Plattelandersbond op de media-agenda. Hij gold als een populistisch Tweede-Kamerlid. Iemand met een spreekwoordelijke grote bek. Braat, afkomstig van de Zuid-Hollandse eilanden en van beroep stierenfokker, maakte de Tweede-Kamer tussen 1919 en 1937 ‘onveilig’.
Plattelandersbond
Sinds 1919 was Braat fractievoorzitter van de Plattelandersbond. Hij stond bekend om zijn lompe, zelfs agressieve optreden. Wie in de krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek ‘boer AND Braat’ intikt en als tijdbegrenzing 1-1-1919 t/m 31-12-1937 ingeeft, krijgt 858 treffers. Het belangrijkste wapenfeit was de strijd van Arend Braat tegen de zomertijd. Dat feit is nimmer in het voordeel van de Plattelanderbond beslecht, ook al kwam het zes maal terug in het parlement.
Het taalgebruik van Braat jegens socialisten en de gebezigde kwalificaties spreken voor zich. De Algemene Beschouwingen van 12 november1920 in de Nieuwe Rotterdamsche Courant dienen als voorbeeld. Braat flapt het eruit: “In de bajes met die lui (bedoeld zijn alle socialisten en communisten, PKK). Het proletariaat aller landen wordt opgevoed om te vechten, te moorden, te stelen, kanonnen te gieten en pistolen te dragen, het platteland te bestelen, te staken en nog eens te staken.”
Voor en tussen de wereldoorlogen, staat ´boer´ Arend Braat, de voorman van de Plattelandersbond op de media-agenda. Hij gold als een populistisch Tweede-Kamerlid. Iemand met een spreekwoordelijke grote bek. Braat, afkomstig van de Zuid-Hollandse eilanden en van beroep stierenfokker, maakte de Tweede-Kamer tussen 1919 en 1937 ‘onveilig’.
Plattelandersbond
Sinds 1919 was Braat fractievoorzitter van de Plattelandersbond. Hij stond bekend om zijn lompe, zelfs agressieve optreden. Wie in de krantenbank van de Koninklijke Bibliotheek ‘boer AND Braat’ intikt en als tijdbegrenzing 1-1-1919 t/m 31-12-1937 ingeeft, krijgt 858 treffers. Het belangrijkste wapenfeit was de strijd van Arend Braat tegen de zomertijd. Dat feit is nimmer in het voordeel van de Plattelanderbond beslecht, ook al kwam het zes maal terug in het parlement.
Het taalgebruik van Braat jegens socialisten en de gebezigde kwalificaties spreken voor zich. De Algemene Beschouwingen van 12 november
Andersom is de bejegening van Braat evenmin ‘koosjer’. Het verhaal gaat dat hem door zijn socialistische collega Jan Duys de weg naar het toilet in het gebouw van de Tweede Kamer werd gewezen met de opmerking: ‘…er staat HEREN op de deur, maar daar moet jij je niets van aantrekken. Gewoon naar binnen gaan.’
De media krijgen ervan langs. Braat over de media: ‘De landbouw wordt vermoord door de groote pers’ (De Sumatra Post 4/4/1929). Het beeld van de pers als moordenaars van de agrariër.
NSB
De Haagse krant Het Vaderland doet verslag over een zeer rumoerig verlopen Kamerdebat op 14 december 1937: NSB-leden die zich zeer laatdunkend uitlaten over naturalisatie van joodse vluchtelingen. Gerhardus Dieters (NSB) stelt dat deze mensen niet in Nederland thuishoren, want zij stammen niet af van de Germanen. Waarop andere kamerleden het opnamen voor de joodse Nederlander. Meinoud Rost van Tonningen (NSB) verklaarde in hetzelfde debat dat het hem genoegen deed te kunnen afrekenen met dit gezelschap. De kamervoorzitter hamerde af en de spreker moest zijn woorden wijzigen. Toen Rost van Tonningen sprak over deze “menschen” (daarbij citerend uit de Centralen Verein Deutscher Emigranten), waarschuwde de preses van het parlement hem zich parlementair uit te drukken, anders zou hem het woord moeten worden ontnomen. In de archieven van de Verein wordt de nazi-ideologie nader uitgewerkt en joden omschreven als Untermenschen (tegenover de Uebermenschen, de Germanen).
De politieke tegenstrevers van de NSB, van wie Henk Sneevliet van de Revolutionair- Socialistische Arbeiderspartij de felste was, schilderden de NSB af als landverraders. Sneevliet noemde Mussert een ‘caricatuur van een caricatuur’ en een politiek ‘Leider van de 25ste rang’.
Het Algemeen Handelsblad bericht op 23 maart 1937 dat de Nederlandsche Journalistenkring het beu is door Mussert (De Leider) te worden afgeschilderd als ‘huisknechtenpers, beheerscht door den regeeringspersdienst, de politieke partijen en de grotendeels joodsche adverteerders’ die de redevoeringen van NSB-politici verdraaien of bewust verkeerd weergeven.
Boerenpartij
De Boerenpartij was van 1963 tot1981 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd. De naam van Hendrik Koekoek is met de Boerenpartij verbonden, want hij was als woordvoerder van het boerenprotest en verdediger van de belangen van de kleine, boerenondernemers vlakvoor de verkiezingen van 1963 populair. De Boerenopstand in het Drentse Hollandscheveld, waar de politie met geweld enkele boerderijen ontruimde van landlieden die heffingen van het Landbouwschap niet hadden betaald, droeg bij aan Koekoeks reputatie als verdediger van kleine ondernemers. Bij de verkiezingen van 1967 behaalde de Boerenpartij 4,77 procent van de stemmen en kwam met zeven zetels in de Tweede Kamer.
De belichaming van alles waartegen de Boerenpartij zich verzette was de PvdA van Joop den Uyl. Door Koekoek samen met vader Abraham bezongen in ‘Den Uyl is in den olie, in den olie is den Uyl’ in 1974 ten tijde van de eerste oliecrisis. De leider van de sociaal-democraten als dronkenman. Het liedje bereikte de eerste plaats op Veronica’s Daverende topdertig.
De Telegraaf – eerst meebouwend aan de cultstatus van Boerenpartij - bracht in Koekoeks nadagen het beeld van hem in de openbaarheid als verwaarlozer van dieren, met name van pony’s die in zijn weide te Bennebroek een kommervol bestaan leden. Toen Koekoek in 1981 uit de Kamer trad en tegen de gewoonte in geen lintje kreeg, ontlokte het cabaretier Wim Kan tijdens zijn oudejaarsconference: “Ze zullen Koekoek geen leeuw geven, hij kan niet eens voor een pony zorgen.
PvdA
Toen de Partij van de Arbeid onder Joop den Uyl in de jaren zeventig voor het eerst sinds lange tijd weer een kabinet aanvoerde, ontstond al snel het beeld dat bij Den Uyl-1 (1973-1977) de verbeelding aan de macht was. Er waren in deze regeringsclub (gezien als een rebelse bende) ‘aansprekende’ bewindslieden, die hun sporen hadden verdiend in de media. Een van hen was Marcel van Dam, sinds 1967 op de televisie te zien met prognoses en analyses van verkiezingsuitslagen. Hij begon in 1969 voor de VARA als ombudsman. Dat was een programma voor de "gewone man" die het slachtoffer was van slinkse praktijken van bepaalde bedrijven en van een stroperige overheid. Van Dam ontpopte zich als een scherpe debater. Hij werd onder meer bekend met zijn uitspraak ‘belubberen’ (belazeren), waarmee hij doelde op het optreden van en het wollige taalgebruik van premier Ruud Lubbers. Van Dam noemde Pim Fortuyn een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ in een debat tijdens de uitzending van het Lager Huis (1997): http://www.youtube.com/watch?v=tMxS_xSKujU.
De media krijgen ervan langs. Braat over de media: ‘De landbouw wordt vermoord door de groote pers’ (De Sumatra Post 4/4/1929). Het beeld van de pers als moordenaars van de agrariër.
NSB
De Haagse krant Het Vaderland doet verslag over een zeer rumoerig verlopen Kamerdebat op 14 december 1937: NSB-leden die zich zeer laatdunkend uitlaten over naturalisatie van joodse vluchtelingen. Gerhardus Dieters (NSB) stelt dat deze mensen niet in Nederland thuishoren, want zij stammen niet af van de Germanen. Waarop andere kamerleden het opnamen voor de joodse Nederlander. Meinoud Rost van Tonningen (NSB) verklaarde in hetzelfde debat dat het hem genoegen deed te kunnen afrekenen met dit gezelschap. De kamervoorzitter hamerde af en de spreker moest zijn woorden wijzigen. Toen Rost van Tonningen sprak over deze “menschen” (daarbij citerend uit de Centralen Verein Deutscher Emigranten), waarschuwde de preses van het parlement hem zich parlementair uit te drukken, anders zou hem het woord moeten worden ontnomen. In de archieven van de Verein wordt de nazi-ideologie nader uitgewerkt en joden omschreven als Untermenschen (tegenover de Uebermenschen, de Germanen).
De politieke tegenstrevers van de NSB, van wie Henk Sneevliet van de Revolutionair- Socialistische Arbeiderspartij de felste was, schilderden de NSB af als landverraders. Sneevliet noemde Mussert een ‘caricatuur van een caricatuur’ en een politiek ‘Leider van de 25ste rang’.
Het Algemeen Handelsblad bericht op 23 maart 1937 dat de Nederlandsche Journalistenkring het beu is door Mussert (De Leider) te worden afgeschilderd als ‘huisknechtenpers, beheerscht door den regeeringspersdienst, de politieke partijen en de grotendeels joodsche adverteerders’ die de redevoeringen van NSB-politici verdraaien of bewust verkeerd weergeven.
Boerenpartij
De Boerenpartij was van 1963 tot
De belichaming van alles waartegen de Boerenpartij zich verzette was de PvdA van Joop den Uyl. Door Koekoek samen met vader Abraham bezongen in ‘Den Uyl is in den olie, in den olie is den Uyl’ in 1974 ten tijde van de eerste oliecrisis. De leider van de sociaal-democraten als dronkenman. Het liedje bereikte de eerste plaats op Veronica’s Daverende topdertig.
De Telegraaf – eerst meebouwend aan de cultstatus van Boerenpartij - bracht in Koekoeks nadagen het beeld van hem in de openbaarheid als verwaarlozer van dieren, met name van pony’s die in zijn weide te Bennebroek een kommervol bestaan leden. Toen Koekoek in 1981 uit de Kamer trad en tegen de gewoonte in geen lintje kreeg, ontlokte het cabaretier Wim Kan tijdens zijn oudejaarsconference: “Ze zullen Koekoek geen leeuw geven, hij kan niet eens voor een pony zorgen.
PvdA
Toen de Partij van de Arbeid onder Joop den Uyl in de jaren zeventig voor het eerst sinds lange tijd weer een kabinet aanvoerde, ontstond al snel het beeld dat bij Den Uyl-1 (1973-1977) de verbeelding aan de macht was. Er waren in deze regeringsclub (gezien als een rebelse bende) ‘aansprekende’ bewindslieden, die hun sporen hadden verdiend in de media. Een van hen was Marcel van Dam, sinds 1967 op de televisie te zien met prognoses en analyses van verkiezingsuitslagen. Hij begon in 1969 voor de VARA als ombudsman. Dat was een programma voor de "gewone man" die het slachtoffer was van slinkse praktijken van bepaalde bedrijven en van een stroperige overheid. Van Dam ontpopte zich als een scherpe debater. Hij werd onder meer bekend met zijn uitspraak ‘belubberen’ (belazeren), waarmee hij doelde op het optreden van en het wollige taalgebruik van premier Ruud Lubbers. Van Dam noemde Pim Fortuyn een ‘buitengewoon minderwaardig mens’ in een debat tijdens de uitzending van het Lager Huis (1997): http://www.youtube.com/watch?v=tMxS_xSKujU.
Andere kwalificaties die het beeld van Fortuyn ‘kleuren’ in de optiek van Van Dam: Eichmann (in een interview met Bibeb), leugenaar, ophitser, populist en een exploitant van angsten voor vreemdelingen. Het schijnt dat Van Dam jaren later wat gas heeft teruggenomen. Er is weinig van te vinden in de media-databanken.
Andersom kwalificeerden tegenstanders van Van Dam hem als straatvechter, als populist, als ‘pietje politiek’ en als een van de drie pinten. Die laatste kwalificatie had te maken met de periode dat Van Dam in het eerste kabinet-Den Uyl zat als staatssecretaris (VROM). Samen met collega’s schuwde hij een flinke slok niet. Ook andere bewindslieden waren in die periode ‘goud voor de horeca in Den Haag’ (Bootsma & Breedveld, 1999:54-55).
SP
Jan Marijnissen (fractievoorzitter van de SP, later kamerlid) zorgde voor rumoer met "effe dimmen" (1997), gezegd tegen toenmalig waarnemend Kamervoorzitter Frans Weisglas. Aanleiding was het debat in de Tweede Kamer over 'tentasiel' . Weisglas maande Marijnissen om diens interruptie kort te houden omdat het debat sterk uitliep. Marijnissen riep hem toen toe: "Even dimmen, ja, even dimmen." Marijnissen nam zijn woorden niet terug, waarvan Weisglas akte nam. Het beeld van VVD’er Weisglas die op zijn plek wordt gezet.
In 2009 betitelde Marijnissen de minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders als een "flapdrol". Dat riep hij vanuit de bankjes driemaal achtereen tijdens het vragenuurtje, terwijl Koenders aan het woord was.
Over Marijnissen doen en deden collega’s en journalisten een duit in het zakje: hij staat en stond te boek als ‘provocateur’, als ‘poseur’ en als ‘profiteur’, voor het eerst geventileerd in NRC Handelsblad (23/3/1998): de provocateur die ‘effe dimmen’ roept en er vervolgens een boekje van maakt waaruit zijn anti-Haagse houding blijkt. Naar de Koningin gaan en een worst van de HEMA meenemen met de opmerking ‘wel een halfuurtje in warm water laten wellen’. De ‘poseur’ die oneliner bedenkt om zijn tegenstanders uit te schakelen: ‘De Kok van toen en de Kok van poen’. De ‘profiteur’ die de VVD geen strobreed in de weg legt als zij de heilzaamheid van de markteconomie predikt. Wel ageren tegen opvattingen, maar er concreet niets tegen doen.
LPF
Wie in de krantenbank LexisNexis de trefwoorden Fortuyn AND beeldvorming intikt over ene periode van 1/1/1998 – 31/12/2002 komt 178 krantenberichten tegen waarin de volgende beelden voor Pim Fortuyn afgedrukt staan: hij is ‘de ergste man van Nederland’, ‘arrogant’, ‘macho’ (FNV’er De Waal – PvdA), een ‘Filip de Winter’ (Dijkstal – VVD), een ‘Jean-Marie le Pen’ (Melkert – PvdA), een haatzaaier (Kok-PvdA) om er slecht enkele te noemen.
Andersom vuurde(n) Fortuyn en zijn LPF-medestanders pijlen af op politieke opponenten, met name in het verkiezingsdebat, na de moord op Fortuyn in mei 2002 en tijdens het aantreden van de LPF in het kabinet Balkende-I: De Waal zelf als een kleptocraat (iemand die uit de ruif graait), Dijkstal als clowntje Tippie, zoals in de show van Paul de Leeuw, Melkert als zuurpruim, slechte verliezer en rupsje-nooit-genoeg. Kok heeft bijgedragen aan demonisering van Fortuyn.
De kogel kwam van links (van zowel politici als media), zoals het heette daags na de aanslag op Fortuyn in 2002.
PVV
De krantenbank geeft van de laatste twee jaar bij ingeven van de zoektermen Wilders AND beeldvorming ruim 600 treffers waarvan de volgende bloemlezing gemaakt kan worden: Wilders is iemand die te boek staat als ‘malloot die onzin uitkraamt’ (FNV’er Henk van der Kolk), ‘aanblazer van angst voor de islam’ (CDA’ers M. Sterk en Jan Swinkelshoek) , belediger van moslims (tsunami) en van de koran (fascistische boek) en die zijn politieke tegenstrevers wegzet als bedrijfspoedel van Rutte-1 (Cohen- PvdA), als iemand die zich niet normaal gedraagt (Doe effe normaal, man! , tegen premier Rutte).
Andersom laten de PVV en Wilders voorop de tegenstanders wat zij ervan vinden en kiezen er de passende beelden bij: de niet-westerse immigranten die naar Nederland komen en van wie er ook nog een flink aantal moslim is wordt door Wilders aangemerkt als een tsunami. In de Kamer bepleitte de PVV-voorman de invoering van de hoofddoekjesbelasting die werd bestempeld als ‘kopvoddentax’. De verzamelde tegenstanders benoemt de PVV als ‘linkse kerk’. De oplossing voor politieke problemen zoekt de PVV in one-liners als ‘Geen cent voor het noodlijdende Griekenland’. Cohen wordt bij de Algemene Beschouwingen afgeschilderd als ‘grote gedoger’ en bedrijfspoedel van Rutte-1. Die terugkeft met ‘dreinende kleuter’.
De reactie van Rutte op het debat: “(...) verwees daarbij naar de berichtgeving op tv en in kranten over de eerste dag van de Algemene Beschouwingen, waarbij de focus lag op ruziënde Kamerleden die elkaar uitmaken voor bedrijfspoedel, grote gedoger of kleuter en grote goedkope goochelaar. Dat getuigt niet echt van een hoog niveau. Rutte sprak zijn zorg uit over de beeldvorming over de politiek, terwijl het land in zulk zwaar weer zit” (Agrarisch Dagblad,23/9/2011).
Jan Marijnissen (fractievoorzitter van de SP, later kamerlid) zorgde voor rumoer met "effe dimmen" (1997), gezegd tegen toenmalig waarnemend Kamervoorzitter Frans Weisglas. Aanleiding was het debat in de Tweede Kamer over 'tentasiel' . Weisglas maande Marijnissen om diens interruptie kort te houden omdat het debat sterk uitliep. Marijnissen riep hem toen toe: "Even dimmen, ja, even dimmen." Marijnissen nam zijn woorden niet terug, waarvan Weisglas akte nam. Het beeld van VVD’er Weisglas die op zijn plek wordt gezet.
In 2009 betitelde Marijnissen de minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders als een "flapdrol". Dat riep hij vanuit de bankjes driemaal achtereen tijdens het vragenuurtje, terwijl Koenders aan het woord was.
Over Marijnissen doen en deden collega’s en journalisten een duit in het zakje: hij staat en stond te boek als ‘provocateur’, als ‘poseur’ en als ‘profiteur’, voor het eerst geventileerd in NRC Handelsblad (23/3/1998): de provocateur die ‘effe dimmen’ roept en er vervolgens een boekje van maakt waaruit zijn anti-Haagse houding blijkt. Naar de Koningin gaan en een worst van de HEMA meenemen met de opmerking ‘wel een halfuurtje in warm water laten wellen’. De ‘poseur’ die oneliner bedenkt om zijn tegenstanders uit te schakelen: ‘De Kok van toen en de Kok van poen’. De ‘profiteur’ die de VVD geen strobreed in de weg legt als zij de heilzaamheid van de markteconomie predikt. Wel ageren tegen opvattingen, maar er concreet niets tegen doen.
LPF
Wie in de krantenbank LexisNexis de trefwoorden Fortuyn AND beeldvorming intikt over ene periode van 1/1/1998 – 31/12/2002 komt 178 krantenberichten tegen waarin de volgende beelden voor Pim Fortuyn afgedrukt staan: hij is ‘de ergste man van Nederland’, ‘arrogant’, ‘macho’ (FNV’er De Waal – PvdA), een ‘Filip de Winter’ (Dijkstal – VVD), een ‘Jean-Marie le Pen’ (Melkert – PvdA), een haatzaaier (Kok-PvdA) om er slecht enkele te noemen.
Andersom vuurde(n) Fortuyn en zijn LPF-medestanders pijlen af op politieke opponenten, met name in het verkiezingsdebat, na de moord op Fortuyn in mei 2002 en tijdens het aantreden van de LPF in het kabinet Balkende-I: De Waal zelf als een kleptocraat (iemand die uit de ruif graait), Dijkstal als clowntje Tippie, zoals in de show van Paul de Leeuw, Melkert als zuurpruim, slechte verliezer en rupsje-nooit-genoeg. Kok heeft bijgedragen aan demonisering van Fortuyn.
De kogel kwam van links (van zowel politici als media), zoals het heette daags na de aanslag op Fortuyn in 2002.
PVV
De krantenbank geeft van de laatste twee jaar bij ingeven van de zoektermen Wilders AND beeldvorming ruim 600 treffers waarvan de volgende bloemlezing gemaakt kan worden: Wilders is iemand die te boek staat als ‘malloot die onzin uitkraamt’ (FNV’er Henk van der Kolk), ‘aanblazer van angst voor de islam’ (CDA’ers M. Sterk en Jan Swinkelshoek) , belediger van moslims (tsunami) en van de koran (fascistische boek) en die zijn politieke tegenstrevers wegzet als bedrijfspoedel van Rutte-1 (Cohen- PvdA), als iemand die zich niet normaal gedraagt (Doe effe normaal, man! , tegen premier Rutte).
Andersom laten de PVV en Wilders voorop de tegenstanders wat zij ervan vinden en kiezen er de passende beelden bij: de niet-westerse immigranten die naar Nederland komen en van wie er ook nog een flink aantal moslim is wordt door Wilders aangemerkt als een tsunami. In de Kamer bepleitte de PVV-voorman de invoering van de hoofddoekjesbelasting die werd bestempeld als ‘kopvoddentax’. De verzamelde tegenstanders benoemt de PVV als ‘linkse kerk’. De oplossing voor politieke problemen zoekt de PVV in one-liners als ‘Geen cent voor het noodlijdende Griekenland’. Cohen wordt bij de Algemene Beschouwingen afgeschilderd als ‘grote gedoger’ en bedrijfspoedel van Rutte-1. Die terugkeft met ‘dreinende kleuter’.
De reactie van Rutte op het debat: “(...) verwees daarbij naar de berichtgeving op tv en in kranten over de eerste dag van de Algemene Beschouwingen, waarbij de focus lag op ruziënde Kamerleden die elkaar uitmaken voor bedrijfspoedel, grote gedoger of kleuter en grote goedkope goochelaar. Dat getuigt niet echt van een hoog niveau. Rutte sprak zijn zorg uit over de beeldvorming over de politiek, terwijl het land in zulk zwaar weer zit” (Agrarisch Dagblad,23/9/2011).
Fig. 1. Wie vergelijkt wie met wat op welke manier, wanneer en hoe (vaak)
A. vergelijkt | B | met 'x' | m.b.v. | in | Treffers |
(sociale)media 1=print 2= video 3 =internet | |||||
Politicus / Medium | Politicus of groep | Beeld | Techniek | Periode | N= |
A. Braat | socialisten, communisten | vechtersbazen, moordenaars, dieven, oorlogshitsers, stakers | generalisatie | 1919-1937 | |
J. Duys | A. Braat | boer, geen heer | personificatie | 1919-1937 | 1= 858 |
A. Mussert | Nederlandse journalisten | huisknechtenpers | generalisatie | 1937-1945 | |
G. Dieters | joodse vluchtelingen | vreemdelingen met een onuitspreekbare naam, niet-Germaans | one-liner | 1937-1945 | |
M. Rost v.Tonningen | joodse vluchtelingen | afrekenen met dit gezelschap | one-liner | 1937-1945 | |
M. Rost v.Tonningen | joodse vluchtelingen | deze mensen | personificatie | 1937-1945 | |
H. Sneevliet | A. Mussert | karikatuur van een karikatuur; leider van de 25ste rang | one-liner | 1937-1945 | 1= 4023 |
H. Koekoek | J. den Uyl | dronkenlap | personificatie | 1963-1981 | |
De Telegraaf | H. Koekoek | verwaarlozer van dieren, spook | personificatie | 1963-1981 | |
M. van Dam | P. Fortuyn | buitengewoon minderwaardig mens; een Eichmann | personificatie | 1997-2002 | 1= 178 2= 284.867 |
W. Kok | P. Fortuyn | haatzaaier | generalisatie | 1997-2002 | |
J. Marijnissen | B. Koenders | flapdrol | personificatie | 2009-2010 | 1= 107 2= 27.990 3= 521 |
G. Wilders | moslims | tsunami | generalisatie | 2006-2011 | |
G. Wilders | moslima's met hoofddoek | potentiële kandidaten voor een kopvoddentaks | concepten | 2006-2011 | |
VVD / Wilders | linkse oppositie | linkse kerk | concepten | 2006-2011 | |
T. van Dijck | Griekenland | Geen eurocent voor Griekenland | one-liner | 2006-2011 | |
G. Wilders | J. Cohen | bedrijfspoedel van Rutte-1; grote gedoger | personificatie; alliteratie | 21/9/2011 15/10/2011 | 1= 274 2= 72.875 3= 25.900 |
J. Cohen | G. Wilders | dreinende kleuter | personificatie | 2006-2011 | 1= 72 2= 78.162 3= 37.500 |
Toelichting: in vetrood concept A met concept B, frequentiescore per periode, uitgedrukt in N) ; 1 = database KB-online / LexisNexis; 2 = Youtube; 3 = Twitter.
Negatieve (sociale) media
Politieke polarisatie is van alle tijden: tussen de wereldoorlogen botsten het fascisme, het communisme en het socialisme. Daarbij kon het er hard aan toegaan, waarbij het gebruik van generalisaties en pogingen elkaar in kampen in te delen opvallen. De maatschappij als verzameling van collectieven (katholieken – protestanten – liberalen – socialisten) had in het krantentijdperk een trage ontwikkeling op de beeldvorming. Het feit dat er in 28 jaar (tussen 1919 en 1937) 858 treffers zijn van berichten waarin de Plattelandersbond van zich laat spreken, is kenmerkend. De kans dat het krantenlezend publiek met boer AND Braat te maken kreeg over een periode van 18 jaar is 858 / 6570 = 0,13 ( zie Fig. 1).
Na de Tweede Wereldoorlog is het individuele de boventoon gaan voeren: niet langer de bal en het spel centraal, maar de persoon. De politieke arena veranderde. Tel daarbij op de huidige hedonistische samenleving met meer consumeren, vaker op vakantie, goedkoper voedsel, met de nieuwste iPhone gewapend reageren en reaguren. De cocktail van individu, hedonisme en media leidt tot een explosie van (multi)media-aandacht. De kans dat het publiek met Cohen AND bedrijfspoedel kennis kan maken, is 72.875 / 25 = 2915 (zie Fig. 1).
Het publiek dat met negatieve beelden te maken krijgt, is exponentieel gegroeid. Met dank aan (sociale) media. Media hebben het (bijna altijd) gedaan. Hoewel... een bedrijfspoedel is nog altijd buitengemeen minder erg dan een buitengewoon minderwaardig mens.
Politieke polarisatie is van alle tijden: tussen de wereldoorlogen botsten het fascisme, het communisme en het socialisme. Daarbij kon het er hard aan toegaan, waarbij het gebruik van generalisaties en pogingen elkaar in kampen in te delen opvallen. De maatschappij als verzameling van collectieven (katholieken – protestanten – liberalen – socialisten) had in het krantentijdperk een trage ontwikkeling op de beeldvorming. Het feit dat er in 28 jaar (tussen 1919 en 1937) 858 treffers zijn van berichten waarin de Plattelandersbond van zich laat spreken, is kenmerkend. De kans dat het krantenlezend publiek met boer AND Braat te maken kreeg over een periode van 18 jaar is 858 / 6570 = 0,13 ( zie Fig. 1).
Na de Tweede Wereldoorlog is het individuele de boventoon gaan voeren: niet langer de bal en het spel centraal, maar de persoon. De politieke arena veranderde. Tel daarbij op de huidige hedonistische samenleving met meer consumeren, vaker op vakantie, goedkoper voedsel, met de nieuwste iPhone gewapend reageren en reaguren. De cocktail van individu, hedonisme en media leidt tot een explosie van (multi)media-aandacht. De kans dat het publiek met Cohen AND bedrijfspoedel kennis kan maken, is 72.875 / 25 = 2915 (zie Fig. 1).
Het publiek dat met negatieve beelden te maken krijgt, is exponentieel gegroeid. Met dank aan (sociale) media. Media hebben het (bijna altijd) gedaan. Hoewel... een bedrijfspoedel is nog altijd buitengemeen minder erg dan een buitengewoon minderwaardig mens.
Piet Kaashoek
ReferentiesBootsma, P. & W. Breedveld (1999), De verbeelding aan de macht. Het kabinet-Den Uyl 1973-1977, Den Haag: Sdu Uitgevers.
Glasgow Media Group (1976), Bad News,
Glasgow Media Group (1980), More Bad News,
Glasgow Media Group (1982), Really Bad News,
Lakoff, G. & M. Johnson (1990), Metaphors we live by, Chicago-London: The University of Chicago Press.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten