vrijdag 16 december 2011

Rechts is ook in de media aan de macht

De termen links en rechts in combinatie met politiek doen er in de media in toenemende mate weer toe. In 2009 staan er 1998 teksten met deze woorden in de krantenbank LexisNexis™. Meer dan 3000 artikelen met identieke inhoud een jaar later. Een stijging van meer  dan 50%.
       In hoeverre hangt of hing  in de media het negatieve of positieve sentiment rondom ‘links’ en ‘rechts’ in de lucht? Zijn journalisten zich in taal en tekst  anders gaan gedragen? Hebben zij bij links of bij rechts meer stereotypering  in hun berichtgeving?
       Studie naar sentiment in de media gebeurt in verkiezingsonderzoek. In verkiezingscampagnes is het belangrijk te weten wat kiezers van thema’s vinden en of zij zich erdoor laten leiden op een partij te stemmen. Bij linkse issues gaat het veelal om migratie, milieu, sociale voorzieningen, onderwijs en ontwikkelingshulp. Rechtse onderwerpen zijn  (niet-Westerse) migranten, anti-islam, anti-Europa, verkeer (meer asfalt), veiligheid en belangen (meer vliegverkeer naar en van  Schiphol of Eindhoven). 
              Journalisten en politici gebruiken taal om hun boodschap over te brengen. Om extra-aandacht voor (linkse of rechtse) onderwerpen te krijgen, bedienen ze zich van  aandachttrekkende technieken. Een van de bekendste stijlmiddelen daartoe  is de prolepsis of vooropplaatsing van informatie. Het is een  bewust, sturend mechanisme in taal die journalisten inzetten om ‘hun werkelijkheid’, benadrukt voor het voetlicht te krijgen. Het gaat in het bijzonder om vooropplaatsing van  de grammaticale, niet-onderwerpsvormen.  Met een voorbeeld: Van Wilders (= van hem) horen we niets tijdens de zitting. Bij  hardop lezen  krijgt Wilders tevens hoofdaccent.
       Sinds de publicaties van de Glasgow Media Group met titels als Bad News en Really Bad News  (1976, 1982)  is bekend dat  journalisten vooral op zoek zijn naar negatief nieuws. Liever....  de fles is half leeg,  dan half vol. Media berichten over de linkse hakkelaar Cohen, een onhandige kluns, die alternatief oogt, veranderingsgezind is, een echte loser kortom. Daartegenover de rechtse doeners Rutte of Verhagen, handige en succesvolle ritselaars die voor orde en netheid zijn, kortweg echte winnaars.



Mediasentiment
Om aan de weet te komen wat het sentiment op de media-agenda is ten aanzien van linkse en rechts onderwerpen is  gebruikgemaakt van de inhoudsanalyse. Aan de hand van mediateksten uit de verkiezingsmaand november 2006  en spiegelbeeldig  van de maand juni 2010 is de sentimentscore van links en rechts over elkaars onderwerp bepaald.
       In  Tabel 1.1. is op basis van  669 krantenteksten het sentiment berekend van linkse politici die linkse issues evalueren en van linkse politici die rechtse issues waarderen en andersom.
Tabel 1.1. Sentimentscore  links / rechts  over linkse / rechtse issues


Periode                    Typering                 Krantenteksten     Scores  sentiment  Links / Rechts over L_ en R_issues 
 

                                                                  N=                L * L_issues    L * R_issues    R * R_issues    R * L_issues
22.10.06-22.11.06  Tweede Kamer 06        249                    0,81                 0,25                1                              0,65
09.05.10-09.06.10  Tweede Kamer 10        420                    1,00                  -1                   1                              1,00
                               Totaal/gemiddeld       669                    0,91                -0,38                 1                              0,83

Opvallend is dat het  negatieve sentiment vooral van links komt. Links over rechtse onderwerpen scoort -0,38. De rechtse collega’s  oordelen  over (bepaalde) linkse  onderwerpen opvallend positief (sociale voorzieningen met name de AOW-leeftijd op 65 jaar; geen tweede missie naar Afghanistan). Er is een toename zichtbaar van  “rechtse”  waardering voor linkse issues sinds 2006 (+0,65) naar +1 in 2010. Rechts oordeelt opvallend positief over van links gekaapte onderwerpen en ideeën.

Voorop =  extra-aandacht
Stereotypering, een stijlvorm van aandacht vestigen op een woord, begrip of beeld, komt voor in mediateksten door een zinsdeel bewust voorop te plaatsen. In klassieke teksten leidt dat soms tot hilarische voorbeelden, waarin bovendien de informatievolgorde in het geding is:  Laten we sterven en ons in de strijd begeven (Vergilius). De logica protesteert hier. Met voorbeelden uit geselecteerde mediateksten uit de onderzochte periodes:

(1) Een linkse hobby! Dan heb je het dus wel over gezelschappen en orkesten die over de hele wereld bekend zijn. (Wilders, 27/10/010)
(2) ‘Met symboolpolitiek kun je nog steeds veel leed en onrust veroorzaken.' (Pechtold, 22/05/010).

     Hebben journalisten in bepaalde periodes op de media-agenda meer of minder van vooropplaatsing gebruikgemaakt?  Om deze vraag te kunnen beantwoorden,  zijn met behulp van  een ontleedautomaat alle koppen en leads uit de gekozen kranten met de  woorden links* en rechts*  in zinsdelen ontleed.      
       In Tabel 1.2. is een overzicht te vinden waar in mediateksten  het woord links* / rechts*  deel uitmaakt van kop en/of  lead. Verder valt af te lezen welke aantallen per periode proleptisch, dus met extra-aandacht voorkomen en welke niet-proleptisch zijn geformuleerd. In het oog springt het feit dat  in de aanloop naar Rutte-1 en naar  Balkenende-IV, in de verkiezingsmaanden van 2006 en van 2010, de term links de meest vooropgeplaatste posities in koppen en leads inneemt.

      Tabel 1.2.  Ontleding  zinnen  met links* / met rechts* in krantenkoppen / leads

Periode                   Links*                   Rechts*


                                in  kop/lead           in kop/lead            Ontleding  zinsdelen  met  links* /  met rechts*


                                   N=                     N=                 Proleptisch       N_Proleptisch     Proleptisch     N_ Proleptisch
                                                                                  met links*        met links *          met rechts*     met rechts*
22.10.06-22.11.06      19                       9                             10                   9                      5                              4


22.02.07-22.03.07      2                         2                             1                     1                      1                             1


09.05.10-09.06.10      24                       18                           13                   11                    12                           6


14.10.10-14.11.10      37                       17                           8                     29                    15                           2


                Totaal         82                       46                           32                  50                     33                           13


Uit Tabel 1.2. komt naar voren dat de relatieve voorsprong  van vooropplaatsing van links* in de campagnes van 2006 en van 2010 na enkele maanden formatie een uitdovend effect laat zien. Bij Rutte-1 (14 oktober – 14 november 2010)  kiezen journalisten vaker (15/33*100) voor  vooropplaatsing met het begrip rechts*.  Vergeleken met één maand Balkenende-IV (1/33*100) een stijging van 42%. Het lijkt erop alsof ‘rechts’ er ook letterlijk de vingers bij aflikt en dat journalisten bij het aantreden van dit blauwgroene kabinet in hun woordkeuze het gelijk  van de winnaars (uit)vergroten. 
Associaties
Woorden die in elkaars nabijheid staan, nemen eigenschappen en betekenissen  van elkaar over. Wie het goede met het slechte associeert, ziet dat het goede minder goed wordt. Zo blijkt duidelijk dat de verbintenis in de media zomer 2010 van de Belgische kerkvorst Danneels met kinderverkrachter en -moordenaar Dutroux de prelaat niets goeds  heeft gebracht. Zijn imago is blijvend beschadigd. Omgekeerd: aan misdadigers die vrijkomen na het uitzitten van hun straf,  blijven  veelal smetjes kleven. Ook de taal stigmatiseert: Eens een dief, altijd een dief.
       Onderzoek naar de effecten van woorden en concepten die in elkaars nabijheid staan, wordt framing genoemd. Entman & Rojecki (2000)  deden onderzoek naar mediabeïnvloeding  en rassentegenstellingen in de VS. In The Black Image in the White Mind  gingen ze na hoe het beeld van de zwarte Amerikaan in het hoofd van de blanke landgenoot komt. Het antwoord: door media als gevolg van framing. 
       De  framende werking via media stellen de onderzoekers voor als mental shortcuts (stereotypische verbinding van concept A met concept B)  waardoor  het publiek een interpretatie via media krijgt voorgeschoteld (lees ook ‘opgedrongen’).
       Nemen we de verbinding van concept A (links) met concept B, hier  negatieve woorden  die in de nabijheid  van links* staan. Het gaat om (linkse +) ‘politiek’ (N=21); (linkse + ) ‘kerk’ (N=22), (linkse + ) ‘hobby’ (N=48) naast linkse zonder deze  concepten (N= 33).

        Uit Tabel 1.3.  valt af te lezen dat de kans dat mediaconsumenten  negatieve frames van links*  aantreffen  91/31 = 2,75 keer zo groot is dan het frame van links* zonder deze negatieve  woorden.


Tabel 1.3.   Links* ∞ politiek, hobby, kerk  / Rechts* ∞ politiek, anti-islam, egoïsme
                                          
                                             Links       Rechts             Links                      Recht
periode                                     zonder    zonder                 met                          met

van            tot                       N=          N=                    N=          %            N=        %                                                                          
22.10.06 - 22.11.06              9              8                      24            26            0           0

22.02.07 - 22.03.07              7              7                      18            20            5           16

09.05.10 - 09.06.10             14            15                    28            31            16          50

14.10.10 -1 4.11.10              3              3                      21            23            11         34

Totaal                                 33            33                     91            100          32         100


Bij rechts*  maakt de kans op  geen of  op een  negatieve verbintenis met politiek, anti-islam, egoïsme in de onderzochte periodes amper verschil (32/33 =  0,97). 
        Op basis van sentiment, vooropplaatsing en framing  in mediateksten zijn de volgende conclusies te trekken: rechts laat een positief sentiment ten aanzien van linkse onderwerpen (m.n. de sociale agenda)  zien en scoort over de hele linie positief. Journalisten kiezen meer voor extra-aandacht dankzij vooropplaatsing van de term rechts* sinds de verkiezingen van 2010 dan van het begrip links*. Ten slotte denkt het publiek vaker (2,75 keer)  bij  links* aan politiek (slecht imago), hobby’s  (wereldvreemd) en kerk (sektarisch gezelschap)  dan bij het rechtse gedachtegoed aan negatieve connotaties (politiek, anti-islam, egoïsme).  
       Kwam bij Fortuyn in 2002  de kogel van links, nu komt echt  alle onheil van links.  Een kop als Ja hoor, links heeft het gedaan, is te vinden tijdens Rutte-1. Ook rechts is in de media aan de macht.


Piet Kaashoek, 2011.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten